Terugblik

Toespraken vieringen Franck Ploum

Wat is liefhebben? - 13 oktober 2019
'Als jij bestaat' - 8 september 2019
'De mensenzoon'- 24 november 2019


In de dienst van 1 december, de 1e Advent, draaide het vooral om muziek. Na het aansteken van de 1e Adventskaars door Jan-Jaap, volgden diverse cantates ('Nun komm der Heiden Heiland' van o.a. Bach en Buxtehude) gespeeld door Pieter Eerland en werden enkele liederen gezongen door Eva ten Have. Een mooie dienst, geleid door Dinie Eerland en afgesloten met een informeel samenzijn met koffie/thee met iets lekkers in het kerkcentrum. 

Terugblik 10 november. Bij alles wat er kort voor een dienst is denken wij nauwelijks of nooit over na. Zoals het luiden van de klok, een eeuwenoude traditie om het volk op te roepen. Vanochtend hebben wij extra aandacht voor het orgelspel v˛˛r de dienst. Vaak begroeten wij elkaar en ontstaan er gesprekjes. Allemaal heel belangrijk voor de onderlinge band. Soms kan het ten koste gaan van het luisteren naar het orgel. De liturgische achtergrond van het orgelspel vooraf is: laten alle stemmen in ons zwijgen, laten we ons inkeren en tot rust komen. En zo luisteren we er deze morgen naar en het werkt! Het thema van de overdenking is ‘Evenwicht’. Wegen, afwegen, overwegen, het heeft allemaal te maken met het toekennen en bepalen van gewicht. Wij kennen vele gezegdes met het woord ‘wegen’. Zoals ‘Wat het zwaarste is, moet het zwaarste wegen’ en ‘De laatste loodjes wegen het zwaarst’. Een weegschaal geeft de balans aan. Hoe is het met onze eigen weegschaal? Raken wij wel eens uit balans? Door verlies bijvoorbeeld van werk, van lichaamsfuncties, van een dierbaar mens, van harmonie in vertrouwde sociale verbanden. Is er evenwicht tussen ons hoofd en hart, tussen onze ratio en ons gevoel? De barmhartige Samaritaan kent dit evenwicht. Hij ontfermt zich over een overvallen en gewond mens, verzorgt hem en brengt hem naar een herberg. De volgende dag geeft hij de herbergier geld om hem te verzorgen. En zegt geld toe op de terugreis indien de herbergier meer kosten maakt. Er vallen twee dingen op. De barmhartige Samaritaan zorgt Ŕn delegeert. Hoe zorgen wij voor elkaar? Is het alleen voor die ander of ook voor een positief zelfbeeld? Hoe ver gaan we? Grenzen aangeven is niet ego´stisch, goede zelfzorg is evenwichtige aandacht voor je zelf en dat spoort toch helemaal met het aloude liefdegebod ‘Heb je naaste lief als je zelf’? En dat wordt lastig bij een negatief zelfbeeld of bij het niet willen en toch wel oordelen over een ander. Vaak leidt dat tot een veroordeling. Zien we die ander echt wel goed en vragen wij ons af wat er met hem of haar kan zijn? Zo kan de weegschaal positief doorslaan. Het verhaal over de barmhartige Samaritaan eindigt met de woorden van Jezus: “Doet u dan voortaan net zo”.  

Terugblik op 3 november: In deze dienst met Marianne Zandbergen herdachten we de gemeenteleden die ons afgelopen jaar ontvallen zijn. Voor hen werden kaarsen ontbrand en kreeg een ieder de gelegenheid om een lichtje aan te steken voor diegene(n) die hij/zij wilde herdenken. In de overdenking werd stil gestaan bij de manier waarop wij met rouw omgaan. Met als inleiding een gedicht van Albert Verwey. Hieruit komt naar voren dat we het verdriet met handen en voeten te lijf moeten gaan om het te doorleven. Dan kan er weer ruimte ontstaan voor een leven waarin de rouw met je meegaat, maar niet alles overheerst.

Terugblik op 27 oktober: Deze dienst met Leuny de Kam had als thema: groene theologie. Hoe zijn de meer “economische” begrippen, zoals ‘onder gezag brengen’ en ‘kerkrentmeester’ geworteld in het geloof? Hebben mensen zichzelf niet in het middelpunt gezet, waarbij al het andere er omheen decorum is geworden? Het scheppingsverhaal geeft de relatie aan tussen God, aarde, natuur en mens. Hierbij draait het niet om de mens, die is er eerst nog niet bij. Later krijgt de mens een mooie taak toebedeeld, om op de aarde te leven en de vruchten te gebruiken. Niet voor eigen gewin, maar om te delen met anderen. Zie hoe zich dat door de tijd heen ontwikkeld heeft. Laten wij het wonder van de natuur als iets heiligs ervaren, als onze levensopdracht naar de toekomst.

Terugblik: zondag 22 september: Het journaal van acht uur wordt momenteel gevolgd door het bevrijdingsjournaal. 75 jaar vrijheid, 75 jaar vrede. Vrijheid en vrede zijn niet hetzelfde, in een vrij land kan er veel onvrede en angst heersen, terwijl er in oorlogstijd mensen zijn die gedragen worden door een innerlijke vrijheid. Vrijheid vraagt om grenzen te stellen en om grenzen te respecteren. Dat vraagt om normen. Die kunnen als een dwangbuis fungeren waaraan mensen lijden. Vrijheid is dan ver weg. Zo is en wordt ook vaak omgegaan met de Tien Geboden. Opvallend is dat dan vergeten wordt dat God deze leefregels bekend maakt aan Mozes met inleidende bevrijdende woorden. Eerst vrijheid, dan de wet. De mens is geschapen om vrij te zijn. Niet dat een mens geen verplichtingen zou mogen kennen of dat hij zich nergens aan hoeft te storen, maar wel dat een mens innerlijk vrij is. Vrij daarom van het oordeel van anderen, vrij om een eigen weg te kiezen en vrij van de eisen van de maatschappij, die niet zelden gebaseerd zijn op ongezonde uitgangspunten.
In de Tien Geboden gaat het niet om wat moet, maar om wat kan. De rode draad van de overdenking past naadloos in het begin van de schriftlezing naar een vertaling van Karel Eykman:
“Mozes ging terug naar zijn mensen. Ze waren heel stil toen hij tegen ze begon te spreken. Dit zei hij: 'Hier heb ik ze bij me. Ze staan in steen gegrift. Het zijn tien gezegdes, waarmee je het moet doen. Er valt mee te leven. De regels die ik bij me heb, zijn geen spelregels van wat mag en wat niet mag. Het zijn leefregels van wat kan. Het is een soort uitnodiging van God om mee te doen met wat God gelooft, dat de mensen kunnen. En dat zal niet gemakkelijk zijn. Maar het gaat erom dat je blijft geloven dat het op deze manier moet kunnen”.

Terugblik: zondag 15 september: De dienst kent veel bijzondere fragmenten. De voorganger begeleidt de gemeentezang mee op zijn dwarsfluit. In een heel open houding neemt hij ons mee in het thema ‘Roeping’. Ervaren wij dit in ons eigen leven? Zijn persoonlijke ontboezemingen geven ons een doorkijk in het bijzondere van het gewone, alledaagse en het eenvoudige. Horen wij in het luiden van de klok voor de dienst een stem ‘kom-kom-kom’? Horen wij in ons zelf een stem? Of beter gezegd: stemmen? Want luisteren naar wat diep binnen in ons zit is ook nog wel eens een kwestie van meerdere ‘ikken’. Soms is een heftige gebeurtenis nodig, zoals Mozes dat meemaakt bij de brandende braamstruik, om een stem te horen roepen. Hij gaat zijn volk leiden als een herder. Merkwaardig is dat Johannes als laatste evangelist als enige schrijft over Jezus als de goede herder. Op de liturgie staat de oudste afbeelding van Jezus als herder. Het is veelzeggend dat dit oudste beeld niet het kruis is. Nu en door de hele geschiedenis heen zijn er zijn goede en slechte herders. Een goede herder leidt mee en lijdt mee. De stem, die ons roept (een cryptische uitspraak in de overdenking) is: “Ons de toekomst herinneren geneest het verleden”.

Terugblik: zondag 8 september: Startzondag met onze eigen voorganger Franck Ploum, met als thema; 'als jij bestaat' de lezing uit Handelingen 17, 16-34 waar Paulus, in Athene aangekomen, ziet dat de stad vol afgodsbeelden staat. Wanneer hij de Atheners toespreekt wijst hij hen daarop door te zeggen dat hij zag dat ze 'godsdienstig' zijn, zelfs een altaar 'voor een onbekende god' hebben opgericht. Paulus zegt hen: "wat u onbekend vereert, boodschap ik u" 'Dat wij uit God geboren zijn', wil niet zeggen dat het goddelijke gelijk is aan goud zilver of steen, of aan wat mensen bedenken. De 'afgodsbeelden' in onze tijd zijn de invloeden van buiten af, die het leven beheersen, o.a. niets willen missen,.....wanneer we weer van 'buiten naar binnen gaan' naar binnen keren in ons zelf, kunnen we meer van het goddelijke ervaren, de rust het bij jezelf zijn terug naar de liefde, die we vanuit onze bron weer aan de wereld om ons heen kunnen laten zien en geven. Zoals we ook van Jezus zeggen, dat hij ons God heeft doen kennen ook al heeft niemand ooit God gezien. Door hem werd het bestaan van God niet letterlijk aangetoond, maar omdat hij een leven leidde waarin wat of wie wij God noemen, sterker dan ooit aan het licht kwam.
Zie 'Toespraken vieringen Franck Ploum' voor de volledige toespraak.


Terug naar de startpagina

Laatst bijgewerkt door BW 24-09-2019